HomearrowTelevisiearrowZuiderzeevertellingen (online)

VOC-vertellingen

Met andere ogen

"Ze hebben rood haar, blauwe ogen. Ze zijn lang, hebben lange gezichten en lange neuzen en een witte gelaatskleur". Zo omschreven de Japanners de Hollanders die op Deshima woonden. Er deden verhalen de ronde dat de "rode barbaren" geen hielen hadden en daarom hakken onder hun schoenen droegen. De Aziaten verbaasden zich over het gebrek aan hygiëne bij de Hollanders, die zich vrijwel nooit wasten en dan ook uren in de wind stonken. In de liefde waren ze onverzadigbaar, werd verteld, en mede daardoor werden ze niet ouder dan 50 jaar. Men ergerde zich aan de ruwe manieren van de VOC dienaren. Hun luide stemmen en grote gebaren. Omgekeerd beschouwden de Hollanders de Aziaten als woeste heidenen Hun gebrek aan schaamte over hun eigen lichaam deed de calvinistische zeelui en soldaten blozen. De westerlingen beschouwden zich ver verheven boven de heidense inlanders, aanbidders van afgoden. Om nog maar niet te spreken van stammen in afgelegen gebieden die zich bezig hielden met koppensnellen. Er was weinig begrip tussen oosterlingen en westerlingen. Men keek op elkaar neer.

Hoe men elkaar zag wordt duidelijk uit de beschrijvingen die te vinden zijn in journalen en registers van de VOC, maar ook in de Chinese, Japanse, Arabische of Maleise handschriften. Verder in afbeeldingen, houtsnijwerk, netsukes, wandkleden en tapijten, wajangpoppen en op porselein.

De Hoornse bewindhebber François Bredehoff met een 'Japonsche rok', een geschenk van de Japanners aan Hollandse hoogwaardigheidsbekledersIn Nederland was een enorme behoefte aan prenten die een beeld gaven van het verre onbekende Azië waarover zulke verbazingwekkende verhalen de ronde deden. Prenten met mensen en dieren werden eindeloos gedrukt en verspreid. Vaak verbluffend nauwkeurig, soms ook voor een deel gefantaseerd of gemaakt naar aanleiding van geruchten en fantasieën zoals de legende over het volk van mensen zonder hoofd, met een gezicht op de borst. De Aziaten beeldden de Nederlanders op allerlei manieren af. In Japan waren zogenaamde "Hollandgekken" die zich tot in details verdiepten in de achtergrond van de Hollanders, eeuwenlang het enige westerse volk waarmee men contact had. Er zijn houtsneden van nieuwsgierige Japanners die zich tijdens de reis van de VOC dienaren naar de shogun verdringen bij een herberg waar de Nederlanders verbleven om een glimpje van de rode barbaren op te vangen. Er mochten geen vrouwen van buitenaf op Deshima wonen, met uitzondering van een kleine groep Japanse meisjes van plezier. Toen gouverneur Jan Cock Blomhoff in 1817 toch zijn vrouw meenam keken de Japanners hun ogen uit. Mevrouw werd op tal van prenten afgebeeld. Overigens moest ze met haar kind Japan snel weer verlaten en terug gaan naar Batavia. In India werden zogenaamde verteldoeken gemaakt met daarop belangrijke gebeurtenissen geschilderd als een soort beeldverhaal. In het Amsterdamse Tropenmuseum wordt zo’n verteldoek bewaard met afbeeldingen van het bezoek van Jan Ketelaar aan het hof van de Groot-Moghul. Ketelaar, eigenlijk heette hij Kettler, was een Duitser die zijn carrière niet zo glansrijk begon. Hij bestal zijn baas en probeerde Verteldoek met gezant Ketelaar in Indiahem vervolgens te vergiftigen. Hij vluchtte en nam dienst bij de VOC. In India wist hij op te klimmen tot tweede man van de VOC factorij van Suratte. Op de verteldoek zien we hem pontificaal zitten aan het hof als in een Indiase miniatuur.

Toen het nieuwtje in Europa af was van het exotische Chinese porselein begon men naar eigen smaak te bestellen. Veel Nederlanders gaven de voorkeur aan porselein dat aansloot bij hun eigen cultuur wat betreft de vorm en de voorstellingen. Ze stuurden borden, kannen en kopjes als voorbeelden voor de gewenste vormen en gravures voor de afbeeldingen op het porselein. De Chinese kunstenaars deden hun uiterste best om die prenten nauwkeurig na te bootsen, maar vaak begrepen ze niet wat ze schilderden en met perspectief hadden ze helemaal veel moeite. Ze konden zich uitleven in het maken van porseleinen beeldjes van Hollanders, zoals Japanners dat deden met hun netsukes, de in ivoor of hout gesneden gordelknopen. In Hongkong kon men een portret laten maken in de vorm van een bont geschilderd beeldje van klei. Veel Hollandse 18de eeuwse schippers hebben zich zo laten vereeuwigen. In Indonesië doken de Hollanders op in het Wajangspel. Zelfs Jan Pieterszoon Coen, gehaat door velen, kreeg evenals zijn vrouw als wajangpop een plaatsje in de reeks veroveraars uit het westen, die begon met Alexander de Grote.
photo_vervolg_09.jpg