Harderwijk Het verhaal van Eibert de Herder
Botters Ooit lagen in de haven van Harderwijk meer dan 170 botters. Nu nog maar een enkeling waaronder de HK 172 die de gemeente trots gebruikt om gasten te ontvangen en rond te leiden in de oude universiteits- en garnizoensstad. Het verdwijnen van de Vissersvloot is het gevolg van de afsluiting van de Zuiderzee. Het water werd zoet en de haring en ansjovis verdwenen. Wat over bleef was de paling die nog altijd door Harderwijkers wordt gevangen en gerookt.
Harderwijk is nog wel over water te bereiken. In tegenstelling tot stadjes als Blokzijl en Vollenhove waar de Noord Oostpolder zo dicht tegen het land werd gelegd dat er geen water overbleef, heeft men bij de aanleg van de Flevopolders ruime randmeren open gehouden. Natuur- en recreatiegebieden waardoor bovendien het eeuwenoude beeld op steden als Elburg en Harderwijk vanaf het water, in stand werd gehouden. Bij het naderen van de stad wordt de aandacht onmiddellijk getrokken door het Dolfinarium, toeristisch gezien één van de succesnummers van Harderwijk. Gesticht door één van de nazaten van Eibert den Herder, een markante Harderwijker die veel voor Harderwijk heeft betekend.
Eibert den Herder Eibert den Herder werd geboren op 27 juli 1876 als oudste kind in een schippersgezin. Hij verloor zijn moeder op jonge leeftijd en moest als jongen van negen al helpen op het vrachtscheepje "Vertrouwen", dat hout en veevoer naar Amsterdam bracht. Het ondernemen zit de familie Den Herder in het bloed. De vader stapte in 1890 over op de visserij toen er enorme hoeveelheden ansjovis in de Zuiderzee bleken te zitten. Eibert bleef varen tot zijn militaire dienstplicht. Toen begon hij een garnalenpellerij waardoor veel thuiswerkers konden bijverdienen. Hij kocht de zogenaamde "nest", dat is de bijvangst van de vissers op en verwerkte dat tot vismeel voornamelijk bestemd voor kippen en eenden. Spoedig zette hij hiervoor met succes een fabriek op.
Vaargeul Als gezeten fabrikant werd Eibert den Herder gekozen in de gemeenteraad. Eén van de eerste zaken waarvoor hij zich hard maakte was de aanleg van een vaargeul. Eeuwen lang hadden de schepen voor de kust van Harderwijk afgemeerd. Pas in 1900 kwam er een haven. Maar de bereikbaarheid was onvoldoende. Schepen konden slechts half geladen binnenlopen en passagiersschepen bereikten slechts met veel moeite de kade. Bij deze plannen vond hij echter burgemeester Kempers dwars op zijn pad. Het werd een fors gevecht. Den Herder schreef ingezonden brieven, hield even langdurige als gloedvolle betogen, lobbyde links en rechts en wist tenslotte voor elkaar te krijgen dat de vaargeul er kwam. Prompt zette hij De Holland-Veluwe lijn op met passagiersschepen die een stroom bezoekers rechtstreeks van Amsterdam naar Harderwijk moesten brengen. Eibert ging nog verder, er moest een zwaaikom komen zodat de schepen een draai konden maken. Vlak voor de stad op de plaats waar nu het Dolfinarium is, liet hij grond opspuiten om er een strandje te maken voor de badgasten. Het ging goed. Weldra kwamen de vakantiegangers in drommen. Eén ding werd Den Herder niet in dank afgenomen en dat was het feit dat de passagiersboten ook op zondag diensten onderhielden. Met als gevolg dat allerlei lichtzinnige Amsterdammers zondags door de voorheen zo stille straten van Harderwijk flaneerden en dat was veel rechtzinnige Harderwijkers een doorn in het oog. Tot op de dag van vandaag spreekt men er schande van.
Zuiderzee Het bekendst is Den Herder geworden door zijn strijd tegen de droogmaking van de Zuiderzee. Op allerlei manier zag hij zijn ondernemingen en het belang van zijn stadgenoten gedwarsboomd door de plannen die realiteit leken te worden na de uitspraak van Koningin Wilhelmina in de troonrede van 1913: "Ik acht nu de tijd gekomen om de afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee te ondernemen". Eibert den Herder was furieus. Hij vocht als een leeuw. Hield vlammende betogen, schreef brochures waar de honden geen brood van lusten. Soms ging hij in zijn strijd voor het behoud op creatieve manier te werk. Zo liet hij een film maken over de visserij rond de Zuiderzee waarvoor overal op locatie werd gefilmd. Het resultaat is een document van onschatbare waarde over de visserijcultuur. Hij ontdekte dat hij niet onaardig kon schilderen en ging als een bezetene aan het werk in zijn inderhaast in elkaar gezette atelier. Er ontstonden tientallen schilderijen in een soort naïeve stijl met allerlei typen schepen en manieren van vissen die volgens kenners met grote kennis van zaken zijn weergegeven.
De Dijk Ondanks alle protesten kwam de Afsluitdijk er toch. Zoals was te voorzien raakten veel vissers hun bestaan kwijt. Eibert den Herder had voor één van de weinige keren in zijn leven de strijd verloren. Veel is sindsdien veranderd. De behoefte aan veiligheid is gebleven, zelfs nog groter geworden door het gestaag stijgen van de waterstanden. De behoefte aan boerenland is er niet meer. In plaats daarvan is de vroegere Zuiderzee een gebied geworden om te wonen en te recreëren. Eibert den Herder heeft op een aantal punten gelijk gekregen, maar zou zich wellicht best hebben kunnen vinden in de manier waarop de plannen uiteindelijk vorm hebben gekregen met grote natuurgebieden en veel water, zodat toeristen nog meer dan in zijn tijd Harderwijk weten te vinden.
Zie ook de website van het Stadsmuseum Harderwijk www.stadsmuseum-harderwijk.nl |